30 november 2009

* Te veel druk op ouders bij media-opvoeding

Een kind met een mobiel is de normaalste zaak van de wereld. Een op de drie acht- tot twaalfjarigen heeft een toestel waarmee hij of zij belt, sms't en foto's maakt. Tieners beschikken bijna allemaal over een toestel. Twintig procent van hen kan daarmee het internet op.

Deskundigen zeggen dat ouders ,,hun verantwoordelijkheid moeten nemen en weer moeten gaan opvoeden''. Ze moeten zorgen dat kinderen niet vrijelijk kunnen surfen naar porno en geweld. En ze moeten zorgen dat kinderen zich niet in de schulden steken door hun beltegoed erdoorheen te jagen. Wij vinden dat de druk te eenzijdig op ouders ligt en doen een oproep aan de industrie om ouders en kinderen een helpende hand toe te steken. Doe het voordat gefrustreerde klanten op de deuren bonzen. En voordat de overheid wettelijke maatregelen treft.

Dat schrijven we in een opinieartikel dat we schreven op verzoek van het Nederlands Dagblad.

Andere bijdragen van ons over kinderen en mobiele telefonie:
- Het Reformatororisch Dagblad over de lezing van Remco Pijpers op de conferentie 'de wereld op zak' op vrijdag 27 november (getwitterd werd er ook)
- Interview op de Wereldomroep (na tien minuten en veertig seconden).

Tot slot: de stichting Mediawijzer heeft een brochure over kinderen en mobiel internet uitgebracht. De themabrochure 'de wereld op zak' is hier te downloaden (pdf).

Remco Pijpers

28 oktober 2009

* Kinderen massaal aan internet via mobiel? Onzin!

Mobielinternet

Deze week stond in een uitlegparty van Bright, een aardig overzicht van kinderen en nieuwe media. De gegevens over kinderen en mobiel internet kwamen van Qrius. Ze leken me realistisch, zelfs aan de ruime kant. Ik citeer over het mobiele telefoonbezit:

  • 17 % van de 6-9 jarigen
  • 56 % van de 10-11 jarigen
  • 86 % procent van de 12-14 jarigen
  • 94 % procent tussen de 15-19 jaar.

Hoe jonger ze zijn, hoe meer prepaidbellers er zijn (hoewel 9 % van de 6-9 jarigen al een abonnement heeft). Jongeren zijn geen mobiel internetgebruikers. Slechts 2 % van de 12-14 jarigen gebruikt het, in de leeftijd 15-19 ook slechts 5 %.

Bright constateert dan ook dat het ontwikkelen van Apps op de iPhone voor kinderen "wellicht (nog) niet zo effectief is".

Maar dan: het CBS deze week. Tweakers.net kopt: "Helft jongeren gebruikt internet op mobiele telefoon".

He? Bekijk de getallen daar eens: ze zijn in dit onderzoek tien keer zo hoog als het onderzoek van Qrius! Hoe kan dat?

Vooruitlopend op de conclusie: het idee dat de helft van de jongeren 15+ en ruim 30% van de kinderen tussen 12 en 15 jaar (!) internet via de mobiele telefoon gebruikt, is klinkklare onzin.

Mobiel internet is volgens het Centraal Bureau voor Statistiek dus aan een enorme opmars bezig. Goed nieuws voor de business! Het gaat zelfs zo hard, dat met deze cijfers menig puber zich een enorme sukkel zal vinden  dat zíj nog geen iPhone heeft! En al die ouders die denken dat hun eigen kinderen de enige zijn aan wie nog weerstand geboden wordt!

Tweakers had wat zorgvuldiger kunnen zijn, maar het CBS ook. Want wat is er aan de hand? Wat is mobiel internet in dit onderzoek? Aha: ik weet het al: het onderzoek heeft geen onderscheid gemaakt tussen mobiel als in 'mobiele telefoon', 'palmtop', 'hotspot', 'wifi thuis' enz. ben ik bang. Dus ja: als het betekent dat veel tieners een laptopje hebben met een wifi-verbinding thuis of op school, dan zullen de gegevens wel kloppen.

Maar dan zeggen die gegevens dus niet zoveel. We houden het dus maar op de getallen van Qrius: kinderen zijn nog helemaal niet massaal aan het internetten via hun mobiele telefoon.

Taal is handig om te verdoezelen, maar ook om te verduidelijken: mobiel internet is niet hetzelfde als internet via mobiel(e telefoon). Het is maar dat u het weet!

Justine Pardoen

23 oktober 2009

* Krant kopt weer lekker: duizenden jongeren verslaafd aan games

Altijd een lekker onderwerp voor de kranten. Het ND deze keer meldt: "Zeker twintigduizend jongeren in Nederland zijn verslaafd aan computerspelletjes. Nog eens zo'n honderdduizend vertonen tekenen van verslaving. Dat zou blijken uit onderzoek van Jeroen Lemmens, onderzoeker aan de UvA. De krant vertelt er niet bij waar Lemmens deze uitspraken doet. De aanleiding van het artikel lijkt het boeksymposium It's all in the games van Kisjes en Mijland te zijn, (zie www.betergamen.nl), maar hij was daar geen spreker.

Volgens Lemmens zal het aantal mensen dat in de problemen komt alleen maar toenemen, omdat het aantal gamers toeneemt. Gek genoeg hoeft dat niet waar te zijn: in het verleden gingen bijv. ook meer mensen  autorijden, maar het percentage slachtoffers nam daarmee juist af. Maar goed...

Lemmens vindt de resultaten van zijn eigen onderzoek "zorgwekkend". Het is niet duidelijk op grond waarvan hij dat vindt. Dat oordeel had hij overigens al  nog voordat het onderzoek moest beginnen: hij gelooft nu eenmaal in het bestaan van gameverslaving als iets wat zich ook kan voordoen bij normale, gezonde jongens, en wie zoekt zal vinden.

Lemmens ondervroeg 1024 kinderen van 12 tot en met 17 jaar over hun gamegedrag, op internet en alleen op de spelcomputer. Om te bepalen in hoeverre iemand verslaafd is, gebruikte hij een zelf ontwikkelde meetmethode gebaseerd op de criteria voor gokverslaving. Daar werd bijvoorbeeld gekeken naar de mate waarin het spelen het belangrijkste in iemands leven is, of niet spelen leidt tot frustratie en of een gamer door te spelen in conflict komt met ouders en vrienden.

Hij vond dat 2% van de jongeren voldeed aan de criteria van wat hij 'verslaafd' noemt.  Als het zou gaan om 2% van de hele groep jongeren, zou het gaan om 20.000 jongeren. Lemmens: "Deze groep verslaafden was eenzamer, minder sociaal vaardig en had doorgaans een slaaptekort of problemen op school." 9% voldeed aan enkele criteria en was dus "enigszins verslaafd", aldus de onderzoeker. Dat zou gaan om 100.000 jongeren. Zij hebben hun spelgedrag niet helemaal onder controle.

Nu hebben pubers over het algemeen hun eigen gedrag slecht onder controle, dus dat op zichzelf is niet zo "zorgwekkend". Het zou pas zorgwekkend zijn als ze zichzelf niet meer laten sturen door hun opvoeders. Die sturing hebben ze hard nodig, of het nu gaat om voor de tv blijven hangen, ongezond eten, spijbel- of nalatig huiswerkgedrag...

De verslavingszorg ziet nog geen grote toestroom van 'probleemgamers'. De afgelopen jaren klopten een paar honderd spelers van videospelletjes en hun ouders aan bij de hulpverlening, blijkt uit een rondgang, zo meldt het ND. Behalve bij Keith Bakker, kan men nu ook bij de reguliere verslavingszorg terecht. Het aantal hulpvragen neemt iets toe, maar van een explosie is geen sprake. Maar ook hier voorspelt men gretig een  'booming business': jazeker, het probleem zal nog wel  toenemen!

Er moet snel duidelijkheid komen wie verantwoordelijk is, wanneer mensen door videospelletjes in de problemen komen, stellen verslavingsdeskundige Herm Kisjes en medeauteur Erno Mijland in hun boek It's all in the games: is de spelletjesfabrikant verantwoordelijk, de overheid of de ouders? Zij pleiten ervoor dat "gezond gamen" gepromoot wordt.

Ik ben nog steeds niet overtuigd dat we hier nu te maken hebben met een enorm probleem waar alle jongeren onder lijden. Ja, het is belangrijk dat ouders weten wat gamen is, wat het bij je doet en waarom je er zo in kan opgaan, dat je tijd en werkelijkheid uit het oog verliest.

Maar laten we eerlijk zijn: er is een groep jongeren om wie we ons zorgen moeten maken. Het gaat om een bepaalde groep jongeren die extra gevoelig zijn voor het ontwikkelen van problematisch gamegedrag. Dat zijn  kinderen  met een ontwikkelingsstoornis, vooral een aandachtstekortstoornis of een stoornis in het autistisch spectrum. Het percentage kinderen met ad(h)d ligt ongeveer op 4%. Wereldwijd stijgt dat percentage NERGENS boven de 6%. Hetzelfde geldt voor autisme. We weten redelijk goed hoe om hoeveel jongeren het gaat. Als je die percentages beschouwt, is 2% gameverslaving nog aan de lage kant...

Hoogste tijd om het onderzoek naar verslaving aan games te verbinden met onderzoek naar risico-jongeren: wat zijn de persoonsgebonden kenmerken die het risico vergroten? Hoe kan een ouder weten of zijn of haar kind verslavingsgevoelig is? Dát zou nou echt relevante informatie zijn.

Justine Pardoen

 

21 oktober 2009

* Wat je surft ben je zelf (of: integrated behavorial targeting)

Vorige week bezocht ik een bijeenkomst van ECP/EPN over privacy en mobiel. Ik heb op het puntje van mijn stoel gezeten, al was het alleen maar omdat het gehoor in de zaal ongekend divers was: de industrie, maar ook privacy-voorvechters, vertegenwoordigers van de overheid, maar ook van consumenten, uitgevers, mobiele operators, aanbieders van mobiele internetdiensten, de stichting SMS-gedragscode enz.

Natuurlijk waren er ook veel  marketeers. Voor hen is mobiel internet een enorme uitdaging. Waar de conversie op internet alweer heel laag is geworden, lijkt de conversie via mobiel weer lekker veel op de begindagen van het consumenten-internet. Kassa!

Mobiel internet is -- daar heb je 'm weer -- de natte droom van marketeers: nog meer dan met gewoon internet, moet het heil komen van profielmarketing. Dat betekent dat je consumenten zo goed mogelijk leert kennen, om  met de commerciële boodschappen zoveel mogelijk te kunnen aansluiten bij hun persoonskenmerken, hun gedrag en hun eigen behoefte.

Wat je surft ben je zelf
Het gekke is nu alleen, dat consumenten in de ogen van marketeers zelf helemaal niet zo goed weten wat ze willen. Daarom is het beter dat je niet aan de consument zelf vraagt wat hij wil (dat is het ouderwetse marktonderzoek), maar dat je als adverteerder of uitgever zelf gaat uitzoeken door zeer precieze gebruikersprofielen samen te stellen. Mobiel internet maakt dat nog meer dan gewoon internet allemaal mogelijk. En zo leren marketeers en uitgevers u kennen op een manier waarop u uzelf nog niet kent: ze maken een profiel van u,  op basis van socio-demografische gegevens: je leeftijd, je geslacht, waar je woont, wat je doet op internet en op welke tijdstippen van de dag, waar je op zoekt, waar je op klikt, sites die je bezoekt, het mobiele toestel dat je gebruikt, de operator enz.

Alles wat je online  doet, wordt genoteerd en geanalyseerd en verder aangevuld met informatie die je zelf nog geeft, bijvoorbeeld in online enqueteformulieren. Op basis daarvan kun je als adverteerder precies op het juiste moment de juiste reclameboodschappen brengen. Via advertenties op de site waar je bent, maar ook via sms, via email enz.

Waar je ook komt, als die sites deel uitmaken van een bepaald commercieel netwerk, kunnen al die socio-demografische gegevens die via de verschillende sites verkregen worden, aan elkaar gekoppeld worden. De analyse en verwerking daarvan wordt uitbesteed aan een bedrijf als Wunderloop.

Toekomstmuziek? Nee hoor, bestaat al. Gebeurt al. Ilse Media Group werkt er al mee. Mooi he, dat nieuwe logo?

Logo_ilsemedia

Ilse Media is er enorm trots op van  alle internetgebruikers die zich op een of meer van die websites begeven, een profiel samen te kunnen stellen dat "beter is dan wanneer  gebruikers een profiel van zichzelf zouden samenstellen", aldus Menno Biesiot (business developer mobile) van Ilse Media Groep BV, dat vanaf 1 jan 2010 verder zal gaan onder de naam Sanoma Digital.

Ilse weet wat mensen wensen
Biesiot: "We zijn er heel trots op dat alle gebruikers van alle sites van het Ilse netwerk op deze wijze in kaart gebracht worden. Hierdoor weten wij veel beter wat de consumenten willen dan zijzelf. Zo kunnen advertenties en andere vormen van marketing gekoppeld worden aan die gebruikersprofielen. Het doel is natuurlijk dat de consument optimaal te bedienen. Want welke man wil er nu reclame zien voor maandverband?"

Privacy?
Op de vraag of gebruikers van de sites van het Ilse netwerk dit allemaal wel weten en of ze hier toestemming voor hebben gegeven, moest Biesiot het antwoord schuldig blijven. Hij meende te weten dat gebruikers hier juist heel blij mee zijn. Ze worden immers voorzien van informatie die maximaal aansluit bij hun behoeften. Welke consument wil dat nou niet? Bovendien kunnen ze aangeven dat ze het niet willen. Hoe dan? Eh.. ja, dat wist Biesiot niet. Ook wist hij niet goed hoe de privacy rond het koppelen van gegevens van verschillende websites geregeld was in de overeenkomst met Wunderloop. Hij was dan weliswaar  spreker op een bijeenkomst over privacy en mobiel, maar: "Privacy, daar heb ik niet zoveel verstand van."

Waarvan akte.

Hoe informeert Ilse websitebezoekers, hoe geven zij toestemming hiervoor? Iemand enig idee hoe je bij Ilse (straks Sanoma Digital) kunt aangeven dat je niet wilt meedoen met die integrated behavorial targeting? Weet iemand dat hij ooit ergens heeft aangegeven dat hij toestemming heeft gegeven aan Ilse om opgenomen te worden in het Wunderloop systeem? Of ouders: bent u geïnformeerd over deze vorm van gegevensverzameling van uw surfende kinderen?

Weten wat Wunderloop allemaal kan? Zie hier.

Tot nu toe zijn er al 20 mobiele websites in het Ilse netwerk, o.a.: mobiel.nu.nl, Startpagina.mobi, Hier.nl, Kieskeurig.nl, Web-log.mobi, VIVA.nl, Horoscooponline.nl, Receptvandedag.mobi, Autoweek.nl, Autotrader.nl, Sportweek.nl, Belegger.nl, Playboy.nl. Maar de rest zal volgen.

Meer over het Ilse netwerk, zie hier.

Justine Pardoen

12 juni 2009

* Een iPhone voor een mooi rapport?

Eik_2

Vorige week ging ik stemmen in een middelbare school. Het was juist pauze en ik mocht me door drommen scholieren heen worstelen. Ik zag voeten met ugs laarzen (huh? zomer!) en handen met iphones. Ik, oude tut, was shocked!

Ik begrijp natuurlijk heel goed dat die kinderen een iPhone willen. Het is een geil ding. Niet alleen voor vijftigers, maar ook voor pubers. En dan: internet op de wc, jee, wat zou mijn leven als puber gemakkelijk zijn geweest...

De nieuwe iPhone komt eraan: 3Gs. Nóg zwaarder en sneller, met video! Het 'oude' model zal dan een stuk goedkoper worden. En dus verwacht ik dat komend schooljaar het percentage scholieren met mobiel internet hard gaat groeien. Misschien krijgen ze er wel eentje voor een mooi overgangsrapport. Hoewel veel kinderen kunnen de iPhone gewoon van hun bijbaantje op zaterdag zelf betalen. No problem! No problem?

Wat gaat dat betekenen voor ouders? Graag geef ik ouders het volgende mee ter overweging.

1. Ouders moeten goed nadenken over de gevolgen van mobiel internet. Willen we dat kinderen zo gemakkelijk toegang hebben tot alles wat internet te bieden heeft? Wat gaat dat betekenen? Besef dat de apps voor de iphone (veelal ook gratis te downloaden!) niet alleen leuk en handig kunnen zijn, maar ook onzinnig en pornografisch?

2. Waar we met z'n allen net beginnen te wennen aan het idee dat je thuis een zekere vorm van toezicht moet voeren op wat je kinderen op internet doen -- door ze niet af te zonderen met de pc, langs te lopen en regelmatig commentaar te geven op wat je hoort en ziet, door vragen te stellen, door toegangsbeperkende maatregelen te nemen zoals TimeSlot en een pornofilter te installeren -- en nu ook de kinderen net beginnen te wennen aan het idee dat niet alles zomaar en altijd kan, is het op z'n minst onhandig om kinderen toe te rusten met internet altijd en overal. Of gaan we pornofilters en een tijdslot op de iPhone (of welke andere smartfoon het dan ook wordt) installeren?

3. En dan heb ik het nog niet gehad over de vanzelfsprekendheid van deze generatie om toegerust te worden met het nieuwste van het nieuwste op media-technologisch gebied. Nu ja, toegegeven, ik moest stemmen op een school met een hoge scooterdichtheid. Die ugs en ifoons staan ergens voor natuurlijk. En die cultuur heerst gelukkig niet overal. Maar moet een kind zonder discussie mee in die statusjagerij? Gunt u hen die luxe -- we zien het toch nog wel als luxe? -- omdat het fijn is om erbij te horen, of omdat het geld er toch wel is? Is het echt zo erg om te wachten met nieuw tot het oude versleten is, om het te moeten doen met spullen die goed genoeg zijn?

Ik verraad natuurlijk dat ik niet van Generatie Einstein ben die gewend is dat alles hen aanwaait. Ik ben van de generatie die heeft moeten zwoegen, maar die nu niet meteen knakt bij een beetje crisis. Graag zou ik de Einsteiners willen opvoeden tot mensen die later ook een stootje kunnen hebben als het even tegenzit. En sterke bomen krijg je nu eenmaal niet door ze uit de wind te planten...

Justine Pardoen

9 maart 2009

* Hoed je voor rakkers die aan de haal gaan met het begrip mediawijsheid

De Zeeuwse Bibliotheek is een vooruistrevende en kritische organisatie, althans de blogger van het weblog dat ze bijhouden en dat ik volg. Afgelopen week schreven ze over het bericht dat het OM gaat crowdsourcen.

"In de onderwijs- en bibliotheekwereld benadrukken we vaak dat er nog veel slagen zijn te maken als het gaat om de mediawijsheid van kinderen. Daarom keek ik nogal op van het bericht in de PZC, dat Justitie "de handigheid van jongeren op internet beter wil benutten bij het opsporen van criminaliteit" en hun kennis wil gebruiken bij het oplossen van cold cases op sites als Politieonderzoeken.nl.

Om te achterhalen op welke handigheid Diederik Greive precies doelt ga ik op zoek naar 'de Vetverkeerdkrant' van het OM. Daarin lees ik dat justitie vooral hoopt op input vanuit sociale netwerken, en op de aanwijzingen die filmpjes die jongeren maken kunnen opleveren.

Dit heeft met mediawijsheid (het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld) dus eigenlijk weinig van doen."

Lees hier verder.

Justine Pardoen

17 februari 2009

* School op basis van games?

In New York City is een school opgericht die gaming als educatieve basis heeft. De school heet Quest to Learn en is bedoeld voor ‘digital kids’ en begint bij groep 8. De school gaat in de herfst open. Quest to Learn, een onderdeel van het Institute of Play, gebruikt de principes van gamesdesign voor het leren. De oprichters vinden dat je al gamend kunt leren hoe de wereld in elkaar zit: "Games and other forms of digital media also model the complexity and promise of “systems.” Understanding and accounting for this complexity is a fundamental literacy of the 21st century."

Bron: Marie-José Klaver

Commentaar: Het gaat om het benutten van game-geletterdheid (game-literacy) -- wat weer niet echt vertaald kan worden als game-(media)wijsheid. Denk aan: het durven nemen van risico's (experimenteren), kritische reflectie, samenwerken op afstand, niet-lineair navigeren, probleem-oplossend vermogen en in staat zijn een probleem te analyseren, innovatief denken en het toekennen van betekenis aan nieuwe ervaringen. Nou ja, alles wat een burger in de 21e eeuw nodig heeft om te leven in een ingewikkelde, overbevolkte samenleving zeg maar. En dat leer je door te gamen.

Ik kan me voorstellen dat het leuk is om voor een voorhoede (ouders en) kinderen zo'n opleiding te beginnen. Maar ik vrees dat het gemiddelde kind er vooral nog baat bij heeft -- welk type school ze ook volgen, en hoe rijk hun ouders ook zijn -- dat er echt heel goede docenten voor de klas staan, die houden van van hun vak en dat weten over te dragen. Zulke docenten hebben geen games of andere nieuwlichterij nodig om te motiveren en insprireren. En bij hen zal zelfs de meest die hard gamer iets leren waar hij/zij de rest van zijn/haar leven iets aan heeft...

Justine Pardoen

6 februari 2009

* Mogen docenten en leerlingen vrienden zijn op Hyves?

Onlangs werd de volgende vraag gesteld in de Vlaamse krant De Standaard:

De directrice van een Waalse school vroeg haar leerkrachten alle virtuele vriendschappen met leerlingen via Facebook te verbreken. Onzin, vinden communicatiespecialisten en onderwijzers. 'Laat ze voelen dat hun leerkracht Nederlands meeleest, dan letten ze op hun cybertaal.' Vindt u dat leerkrachten en leerlingen met mekaar mogen bevriend zijn op sociale netwerken als Facebook? Bent u zelf bevriend met uw baas op Facebook?

Voor Facebook kun je natuurlijk net zo goed Netlog, MySpace of het bij ons populaire Hyves invullen. De krant wijdde er een artikel aan (even lezen!).

De stichting Mijn Kind Online (wij dus) adviseert docenten om leerlingen als vrienden op Hyves niet te mengen met het privé-leven. Voor je sociale contacten in je privé-leven zou je dus eigenlijk een apart profiel moeten hebben. Zo kun je er eentje maken als juf X, of meester Y (leuk ook voor oud-leerlingen!), enz. waar je dan ook geen privé-foto's of andere informatie opzet die je ook niet in de schoolkrant zou publiceren.

Als we op scholen komen en hier een gesprek met docenten over voeren, zien we altijd dat er minimaal vier groepen docenten zijn. De eerste groep weet niet waar het over gaat. Deze groep slinkt gelukkig. De tweede groep weet wel wat Hyves is, maar doet niet mee. De derde groep heeft een Hyves en heeft leerlingen gewoon gemengd met andere contacten, en de vierde groep heeft iets naars meegemaakt en is daardoor gestopt het Hyves, of twee afzonderlijke profielen aangemaakt, precies zoals we adviseren.

Wat vindt u het beste advies? Wat kunnen docenten het beste doen?

Justine Pardoen

4 februari 2009

* We hebben allang geen privacy meer...

EenVandaag besteedde gisteren aandacht aan ons verlies van privacy, door de toenemende registratiezucht van onze overheid. Maar ook wijzelf zijn ons niet voldoende bewust van wat we aan gegevens achterlaten op internet en het misbruik dat anderen ervan kunnen maken. Het aantal gevallen van identiteitsfraude neemt toe.

Privacy

Kijk hier het item terug.

De wetgeving voor het bewaren van al onze email- en telefoongegevens staat deze maand op de agenda van de Eerste Kamer. Maar er staat nog meer wetgeving op stapel die onze privacy onder druk zet. Zoals: de nieuwe paspoortwet, waarin onder meer het opnemen van vingerafdrukken in ons paspoort geregeld wordt en het invoeren van de zogenaamde ‘slimme energiemeter’, waarmee ons energiegebruik -per kwartier- vastgelegd gaat worden. Ook het Elektronisch Kind Dossier, waarin de gegevens van alle kinderen in Nederland voortaan digitaal bewaard gaan worden, en het Elektronisch Patiënten Dossier, waarin de medische gegevens van alle Nederlanders staan, hoeven alleen nog langs de Eerste Kamer om als wet ingevoerd te worden.

De strijd tegen het terrorisme heeft daarmee ook een keerzijde: ons recht op privacy is steeds minder vanzelfsprekend. Of we nu geld overmaken, bellen, emailen, gebruik maken van een zoekmachine of een vliegreis maken, al onze gegevens worden op grote schaal door bedrijven maar vooral door de overheid opgeslagen. Wie beschermt ons tegen deze verzameldrift van overheid en bedrijfsleven? Kunnen we nog uit het blikveld van Big Brother blijven?

Geen enkel beveiligingssysteem is immers waterdicht, zo bleek vorige week maar weer eens toen hackers de database van de banenzoeksite Monsterboard.nl kraakten. Persoonsgegevens van een groot deel van de 75 miljoen gebruikers liggen nu op straat. Ook Nederlandse gebruikers zijn mogelijk de dupe.

Justine Pardoen

27 november 2008

* Kritiek ouders op wervingscampagne Landmacht valt slecht

Ouders vinden de wervingscampagne van Defensie niet prettig. Ik heb dat standpunt verwoord in een interview dat te lezen was in BN/De Stem. Het gaat erom, -- ik blogde er al eerder over -- dat de Landmacht zich hier bedient van een nieuwe, creatieve wijze om in contact te komen met jongeren, die zich echter op het randje bevindt van wat wettelijk toegestaan is, om over fatsoen maar te zwijgen.

De campagne is gebaseerd op het feit dat jongeren elkaar online bestoken met tell-a-friend-mail om te controleren of ze geschikt zijn voor de landmacht of niet. Daarbij worden zowel de verzender als de ontvanger naar de website werkenbijdelandmacht.nl gelokt.

Wie anderen aanmeldt, krijgt daarna nog een aantal keren mail (ik tel er nu al 5 bij mijzelf) die nogal dwingend het verzoek doet om toch eens de website te bezoeken en je aan te melden op de nieuwsbrief of een cd-rom te bestellen. Als dat geen spam is, dan weet ik het ook niet meer.

Nee hoor, zegt een woordvoerder van de Landmacht vandaag in Adformatie (nr. 48, 27 nov 2008), "We versturen geen spam en de e-mailadressen die we verkrijgen met onze online game 'Geeftacht' bewaren we echt niet."

Strikt genomen klopt dat: het is niet de Landmacht zelf die die emailadressen bewaart, maar het bureau die de actie uitvoert (Maximum Recruitment Advertising). En dat ze die emailadressen straks zullen weggooien, wil ik ook nog wel geloven. Maar nu nog even niet, eerst even de targets halen ...

Het betrokken mediabureau reageert geprikkeld: de door mij "zwaar bevochten tere kinderziel" (huh?)wordt blootgesteld aan wel ergere dingen dan deze wervingsactie, en de echte commerciële jongens maken het nog bonter, dus waar zeur ik eigenlijk over? Bovendien moeten ouders beseffen dat het hun eigen schuld (letterlijk) is als ze niet zien waar hun kinderen aan blootgesteld worden op internet. Moeten ze maar beter kijken.

(Vreemd trouwens, dat Adformatie allerlei mensen op een uitspraak van mij in BN/deStem laten reageren zonder mij even te vragen om een toelichting. Je zou toch verwachten dat ze minstens eerst even controleren of ik dat zo gezegd heb en waarom. Niet mediawijs heet dat tegenwoordig. Een beetje mediadom vind ik dat zelfs.)

Ik vind de campagne waarin de Landmacht jongens ronselt niet netjes, omdat onder de vleugels van ouders doorgeschoten wordt hun doel te bereiken. Ik weet wel dat ze wanhopig op zoek zijn naar nieuw personeel, maar moet het op deze manier? Lukt het niet meer als je open communiceert wat je jongens te bieden hebt? Je gaat haast denken dat ze deze slinkse manieren nodig hebben.

Ik blijf het een dubieuze vorm van werven vinden. Ook al word ik in Adformatie weggezet als een betuttelende ouderwetse ouder die een hopeloos achterhaald gevecht voert tegen de invloed van de boze buitenwereld. Het is namelijk niet zo, zoals enkelen in Adformatie tegen mij aanvoeren, dat het geen verschil maakt of de campagne gevoerd wordt via televisie, billboards of internet. Dat verschil is er natuurlijk wel. Wie is hier nu naïef? In de openbare ruimte op straat, via de televisie, daar zie ik namelijk zelf ook wat er geadverteerd wordt, omdat wij die ruimte delen. Maar via emails in de eigen emailbox van mijn kind, zie ik dat natuurlijk niet. Als mijn kind er niet over begint, weet ik van niets.

Het beste bewijs van mijn kritiek dat deze campagne zich aan het (toe)zicht van ouders onttrekt, is dat niemand van de geïnterviewden in Adformatie weet hoe die campagne nu werkelijk in elkaar zit. Ik vraag het aan Huub Nelis, de directeur van YoungWorks. Heeft hij het zelf even uitgeprobeerd voordat hij zijn reactie formuleerde? Nee, dat heeft hij niet, bekent hij. Waarom eigenlijk niet? Hoe weet je dan wat ik bedoel en of mijn kritiek hout snijdt? "Ja, tja, niet zo mediawijs", geeft hij sportief toe.

Ook Igor Beuker (La Comunidad) en Jan Morriën (Combat) hebben het zelf niet uitgeprobeerd waarschijnlijk. Maar -- dat is nog veel erger -- ook de woordvoerder van de Landmacht zelf, overste Detlev Simons, heeft het niet uitgeprobeerd. Want dan zou hij niet hebben kunnen zeggen dat de email-adressen niet bewaard worden en dat er niet gespamd wordt. Dat is namelijk wel het geval. Het is dus ofwel onwetendheid, ofwel een leugen (als hij het wél weet hoe het zit). In beide gevallen rechtvaardigt dat niet alleen een kritische opmerking bij de begrotingsbehandeling in het parlement, maar ook nog wel een vraag aan de minister.

Justine Pardoen

13 november 2008

* Wie houdt tegenwoordig zijn wachtwoord nog voor zichzelf?

Hyves_vraagt_wachtwoorden

Je wachtwoord is alleen van jou! Ik leer het kinderen (mijn zoon is laatst nog een heel WoW account kwijtgeraakt doordat hij een account deelt (mag niet!) en de pc van zijn vriend met een keylogger geïnfecteerd bleek), en ik leer het volwassenen. Ik kom zo vaak op kantoren waar de inloggegevens met een geel plakkertje op het scherm zit! Handig is dat, maar niet slim. Zo heb je geen enkele bescherming van persoonsgegevens natuurlijk.

Op veel scholen is het een bron van digipesten: wie zijn MSN-account achterlaat zonder uit te loggen, riskeert dat iemand anders onder zijn naam 'een grap' uithaalt.

Maar het lijkt schreeuwen tegen dovemansoren.

Gisteren bleek uit een rapport van de Gezondheidsinspectie en het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in ziekenhuizen ook iedereen zo werkt: iedereen werkt eigenlijk gewoon achter dezelfde schermen en iedereen werkt gewoon op eenzelfde account... Hoezo veilig? We hóeven die UZI-passen voor het EPD helemaal niet veiliger te maken, men zal ze in de praktijk toch niet gebruiken. Of: één pas per afdeling...

En toch. Ik blijf het roepen: laten ze nu dáár in de internet-opvoeding eens mee beginnen. Met die wachtwoorden. En onze kinderen leren dat ze hun wachtwoord voor zichzelf moeten houden, en niet met iemand anders delen.

"Há!" reageerde een alerte vader gisteren op een ouderavond. "Maar dan ben je nog niet op de hoogte van de nieuwste hype: dat je jezelf beter in sociale netwerken kunt positioneren door je inloggegevens van andere plekken daar achter te laten." Vandaag mailde hij me er nog even over.

En inderdaad. Zo kun je bij Hyves je inloggegevens achterlaten voor Gmail, Yahoomail enz. om te kijken wie van je vrienden nog meer op Hyves zitten. En bij Wieowie laat je al je gegevens achter om in te loggen op Hyves, LinkedIn en Schoolbank. Ja, om je wow-factor te verhogen natuurlijk! En dan laat je ook LinkedIn nog even zoeken naar mensen via je account bij Hotmail, Yahoomail, Gmail, AOL of weet ik veel nog meer! Allemaal om je dekking te perfectioneren. Tuurlijk! Dat ik daar niet aan gedacht had!

Linkedin_vraagt_wachtwoorden

Wieowie_wil_wachtwoorden

Kortom, moeten we stoppen omdat we tegen de storm in staan te schreeuwen? Hebben wachtwoordcampagnes nog zin? Of moeten we onze kinderen leren om niet mee te doen met dit soort social netwerking tools? Ik ben benieuwd naar jullie reacties.

Justine Pardoen

22 oktober 2008

* Vreemde berichtgeving over straffen voor Runescape-dieven

Een rechter sprak terecht over diefstal toen hij gisteren vonniste over de Runescape-dieven (14 en 15) die een 13-jarig slachtoffer met geweld hadden gedwongen zijn account af te staan. Natuurlijk is het strafbaar als je inbreekt op iemands computer of inlog-account van wat dan ook, net als wanneer je inbreekt in iemands bureaula of huis. Het is diefstal, en al een tijdje ook gewoon strafbaar. De advocaat die de dadertjes verdedigde door te ontkennen dat het om diefstal ging en het dus ook niet als diefstal met geweld kon worden berecht, had zijn huiswerk niet gedaan.

De rechter heeft dus terecht geoordeeld dat het om diefstal ging. Diefstal met geweld! Het gebruik van geweld door de jonge tieners was reden genoeg om ze te bestraffen. Onder bedreiging van een mes iemand schoppen en slaan om iets te krijgen wat hij heeft en jij niet, dat rechtvaardigt die taakstraffen die nu uitgedeeld zijn.

Maar in de berichtgeving op de televisie ging het niet om de uitoefening van geweld; het accent lag helemaal en soms zonder het geweld te noemen, op het stelen van die virtuele goederen. Ja, want dát is nieuws, tjonge jonge!

Zou het niet belachelijk zijn als dit zou betekenen dat opvoeders het stelen van goederen in een online spel dat vooral door kinderen gespeeld wordt, in het vervolg via de rechter gaan aanpakken? Onzin, niet doen! Het is van dezelfde orde als de politie bellen omdat er een kettingbrief in je mailbox zit. Get over it!

Ouders bellen toch ook niet de politie als er twee blagen elkaar op de kop slaan vanwege het verliezen van een potje Monopoly, of om het stelen van een Lego-poppetje? Wat we dan doen is opvoeden! Daar hebben ouders in het normale geval helemaal geen politie of rechter bij nodig.

Laat het duidelijk zijn: dagelijks worden vele honderden accounts gehackt door kinderen, van kinderen. Het deugt niet, maar het hoort erbij. Iedere gezonde Runescape-speler of bewoner van het Habbo-hotel kan het je vertellen: het gebeurt en het is niet leuk. Maar als je zo stom bent om je wachtwoord te laten lospeuteren, dan ben je de klos. Dat overkomt je eenmaal, en daarna nooit meer natuurlijk. Is het zo erg? Nee, het is niet erg.

Sterker nog: je beseft dat het knap beroerd is als het je overkomt, waardoor je (mits je een gezonde gewetensontwikkeling hebt) het zelf ook wel uit je hoofd laat. Anders gezegd: het hoort bij het leerproces over hoe het werkt in de digitale wereld. Er loopt geen bloed uit en om het geld gaat het ook niet (hoewel dat in het Habbohotel misschien anders is, als een kind daar met heel veel echt geld meubels gekocht heeft, maar ja, ook grote mensen leren soms pas laat dat geld betalen voor lucht geen goede investering is en willen daar dan iemand anders de schuld van geven).

Kortom, ouders moeten opvoeden met de beide benen op de grond en zich niet laten gekmaken door vreemde berichten in de media over rechters die zogenaamd straffen uitdelen voor het stelen van virtuele goederen in een kinderspel.

Justine Pardoen

28 september 2008

* Online leven is niets virtueels aan

Even in het Engels maar, u bent niet dom tenslotte:

"Online voyeurism has, I dare say, become more dangerous today than in the early days of the Internet when adults were arrested for meeting minors they had met online. You see, online voyeurism has gone beyond something that both appals and frightens us as it was in the past: online voyeurism has gone mainstream. [...] the separation between people’s physical world actions and their cyberworld actions is becoming more apparent by the more vicious people become online. Indeed, many people feel comfortable acting out online in ways they would never do in the physical world. As the cyberworld becomes more “real” in our daily lives, our ethics and responsibilities online must be reassessed. The separation of self and ethics must cease to exist. Verbally tearing into someone online may be exhilarating, but has “real life” affects on people’s lives. We need to keep in mind the humanist aspects of the online world. To continue to be wired we must keep it real."

Hoezo virtueel, dat online deel van ons leven? Fucking real! (zoals ik het al noemde in 2000).

Lees hier verder.

Justine Pardoen

23 september 2008

* Minder 'echte' vrienden door internet

Er wordt meer dan ooit gechat en ‘gekrabbeld’ op vriendschapssites. Maar Nederlanders hebben minder echte vrienden dan voorheen. Rukt de eenzaamheid op?

Futuroloog en IT-topexpert Arjen Kamphuis (36): "De grootste culturele shift die wij dit decennium gaan meemaken, is dat continu online zijn compleet geïntegreerd raakt in het leven. Het wordt de achtergrond, net als een muziekje luisteren of het gebruik van elektriciteit."

"Deze nieuwe vormen van contact zijn een aanvulling op onze echte vriendschappen, geen vervanging. Toen de telefoon werd uitgevonden was men er ook al bang voor dat we in een sociaal isolement terecht zouden komen. Dat we wat minder vrienden krijgen, heeft met time management te maken."

Lees verder in De Pers.

Justine Pardoen

7 september 2008

* Nederland kampioen netwerk-sites

Uit onderzoek zou blijken dat Nederlanders meer dan anderen weten wat social networking via internet is, en dat ze zich er meer mee bezighouden dan elders op de wereld.

Jan van Dongen las dit berichtje in de Volkskrant, en denkt er vervolgens het zijne van in zijn blogbericht: Sociale websites: overgewaardeerd en de hype voorbij? Hij ging eens bladeren in het oorspronkelijke onderzoek en ontdekte dat een derde van de sociale netwerkers aangeeft dat ze het al wel weer gezien hebben, dat sociaal netwerken via internet, en alweer op zoek te zijn naar andere uitdagingen...

Lees het hier.

Justine Pardoen

1 juli 2008

* Tell-a-friend systemen toch onwettig

Internet-jurist Arnoud Engelfriet schrijft op zijn weblog van Iusmentis.com, dat het tell-a-friend systemen wellicht toch onwettig zijn. Dit naar aanleiding van ons bericht over websites als geldmetjepc.nl, die jongeren proberen te verleiden om geld te verdienen door je MSN-accountgegevens over te dragen.

We schreven dat geldmetjepc.nl daarmee "niets onwettigs" doet, maar daar zet Engelfriet een stevige kanttekening bij:

"Bij dit systeem moet je immers andermans e-mailadressen (MSN-adressen) opgeven. Tell-a-friendsystemen zijn spam en daarmee verboden. Het is de beheerder van de site die de mails doet versturen, en daarmee vallen ze onder zijn verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid."

Engelfriet legt vervolgens uit dat de vrijwaring die de makers van geldmetjepc.nl in hun 'algemene voorwaarden' dachten te hebben opgenomen, niet geldig is.

"Het moge duidelijk zijn dat dit volstrekte onzin is. De gebruiker kan andere mensen niet opt-innen. Via algemene voorwaarden kan de site het risico van haar onrechtmatig handelen niet bij de gebruiker leggen. De site verstuurt de mails, en de site is dus aansprakelijk voor de schade."

Kortom: niet alleen een waarschuwing was hier op z'n plaats, ook de tip dat jongeren en ouders die hiermee te maken krijgen, een klacht kunnen indienen bij de Opta. Dat kan hier.

Een ander voorbeeld dat we vandaag binnenkregen is hier te zien: "Log nu in met jouw msn gegevens om direct toegang te krijgen tot GRATIS VIDEO WEBLOG en deze site aan te bevelen aan je vrienden via MSN." Brrrr.....

Lees het hele blog van Arnoud Engelfriet hier.

Justine Pardoen

15 juni 2008

* Worden we dommer van internet?

In een artikel in Atlantic Magazine speculeert schrijver Nicholas Carr over de invloed van internet op de manier waarop we denken en in staat zijn een taak geconcentreerd uit te voeren.

Zo'n stuk leidt bij veel lezers dan weer tot allerlei andere speculaties en voor je het weet lijkt het alsof we weten dat het zo is: de mogelijkheden die internet ons biedt, maken ons dommer.

Het is al wel vaker gezegd, en het rumoer zal niet snel verstommen: alle introducties van nieuwe technologie, maar vooral wanneer het een verandering betreft van gebruik van een elite naar gebruik door de massa, roept dit soort zorgen op.

Zo zei Jane Healy jaren geleden al dat de toename van ADHD wel eens zou kunnen komen door de computer. In ons land is Martine Delfos als een soort Cassandra ons aan het waarschuwen voor alle negatieve invloeden op onze jeugd.

Zorgen gerechtvaardigd, pessimisme niet
Zorgen lijken gerechtvaardigd, want we stellen immers vooral onze jongste generaties bloot aan al die nieuwigheid, waarbij we ook oude, vroeger zeer gewaardeerde praktijken inruilen voor nieuwe. Vroeger vertelde een leraar nog wel eens iets, terwijl nu geen leerling nog tot leren gemotiveerd kan worden zonder internet. Vroeger lazen kinderen nog boeken, nu weten ze nauwelijks nog wat dat zijn. Enz. Als opvoeders moet je je natuurlijk afvragen of dat allemaal wel zo gunstig is.

Maar dat wil niet zeggen dat je ook maar meteen moet concluderen dat het allemaal slecht is. Dat alles wat jonge mensen nu anders doen dan wij, ook meteen minder goed is. En dus moet je ervoor waken om dit soort artikelen als in Atlantic serieus te nemen als ze niet onderbouwd worden met gegevens op basis van wetenschappelijk onderzoek.

Verband is nog geen oorzakelijke relatie
Onderzoeken die ADHD in verband brengen met de computer zijn er wel, maar er kan geen oorzakelijk verband worden aangetoond in de zin dat de computer ADHD veroorzaakt. Sterker nog: kinderen met ADHD kunnen juist achter een beeldscherm tot rust komen en zich beter concentreren lijkt het. Dat wordt wel 'hyperfocussen' genoemd, en een kind met ADHD voelt zich daar prettig bij. Dat zou verklaren waarom kinderen met ADHD geneigd zijn langer achter de pc te zitten dan gemiddeld.

Hetzelfde geldt voor jongeren die zich eenzaam of depressief voelen. Er wordt wel in onderzoek geconstateerd dat zij vaker MSN-en dan anderen. Ook daar is niet van bekend hoe de oorzakelijke relatie ligt: zitten ze juist vaker achter MSN omdat dat hun onlustgevoelens oplost, of maakt MSN-en juist dat ze zich depressief voelen? We weten het simpelweg niet.

Als het om games gaat, zie je iets vergelijkbaars. Intensief gamende kinderen hebben vaak bepaalde eigenschappen die andere kinderen niet hebben. Maar we weten niet of ze die hebben doordat ze zo veel gamen, of dat ze juist zoveel gamen omdat ze die eigenschappen hebben. En ook zien we dat die eigenschappen lang niet altijd ongunstig zijn: gamen vraagt namelijk ook een groot strategisch inzicht en probleemoplossend vermogen.

We veranderen, so what?
En dat is niet zo gek: dat we door een nieuwe manier van informatie delen, zoeken en vinden, ook nieuwe manieren van informatie-verwerking zullen ontwikkelen. So what?

Gelukkig wordt het in het stuk zelf ook al gememoreerd: angst is van alle tijden. In de tijd van Plato maakte men zich zorgen om het feit dat als de massa leert schrijven, dat ze dan allemaal lui zullen worden omdat ze dan niet meer zoveel uit het hoofd hoeven te leren...

Laten we nuchter blijven. Angst neemt alleen een loopje met je als je je niet voedt met kennis. Kortom: als je dom wordt van internet, komt dat alleen doordat je teveel gelooft wat anderen zeggen en zelf stopt met kritisch denken.

Link naar Atlantic 'Is Google Making Us Stupid?'

Justine Pardoen

13 mei 2008

* Merendeel games bevat geen geweld

Het merendeel van de best verkochte console games is geschikt voor alle leeftijden. Ze bevatten geen geweld, behalve de variant die overduidelijk cartoonesk en van humoristische aard is. Dit maakte de branche vandaag (nogmaals) bekend met een persbericht, omdat er zoveel aandacht is voor geweld in videogames naar aanleiding van het verkoopsucces van Grand Theft Auto IV.

Videogames krijgen natuurlijk ook een slecht imago van GTA IV. Zo ziet een gemiddelde videogame er natuurlijk niet uit. Dus ik begrijp wel dat de branche zich verweert met zo'n bericht met oud nieuws. Zie ook http://www.gamenisgoed.nl/.

Op dit moment lees ik Grand Theft Childhood, het in de VS verschenen boek van wetenschappers Lawrence Kutner and Cheryl K. Olson. Ze leiden de Harvard Medical School Center for Mental Health and Media, en hebben een mooi genuanceerd verhaal over geweld in videogames. Ik heb er nog niet over geschreven, maar dat wel binnenkort.

Tot nu toe zie ik in NL alleen maar overgepende stukjes van mensen die het boek niet zelf gelezen hebben. Ik stel mijn oordeel liever nog even uit, om recht te kunnen doen aan de schrijvers, die dat verdienen. Nog even wachten dus, maar ik blog ik er straks natuurlijk in depth over. Het boek is namelijk speciaal voor ouders geschreven ....

Justine Pardoen

23 april 2008

* Een intelligente reactie op Andrew Keen

Neem even de moeite voor de posting van Marianne van den Boomen (Universiteit Utrecht) op haar weblog. Voor wie een intelligente reactie op Andrew Keen's "antichrist-of-Sillicon Valley" verhaal wil lezen.

I think Andrew Keen is a victim of the Web 2.0 hype. He is a believer of the hype, though an inverse believer. Plain believers think that finally on Web 2.0 users are in control. And that this is good, that it brings democracy, equality and truth. Inverse believers also think that users are in control on Web 2.0, but that this is bad: an assault on quality, culture and objective truth.

But they are both wrong. Users are not in control on Web 2.0; software is.

Wat mij vooral is opgevallen in de discussie met Karin Spaink in Felix Merites, is het onvoorstelbaar naïeve geloof van Keen in dé waarheid. Een Platonist anno 2008.... is niet meer dan een populist die gelooft in snelle oplossingen ("het moet niet knettergekker worden!")

Op zijn gunstigst betekent het dat Keen nog niet lang genoeg nagedacht heeft.

Justine Pardoen

14 april 2008

* Vraag over games: waar maken ouders zich het meeste zorgen over?

Mag ik jullie even vragen eens te kijken op het weblog van Weet Wat Ze Gamen? Ik ben zo benieuwd naar wat ouders vinden mbt tot de poll-vraag daar.

Zie http://blog.weetwatzegamen.nl/2008/04/waar-maken-ouders-zich-meer-zorgen-om.html

Stem ook even....

Voor wie het nog niet kende: de website WWZG is een initiatief van Digibewust. Ik houd daar het weblog voor bij, zie http://blog.weetwatzegamen.nl.

Ouders die het leuk vinden met regelmaat daar iets te schrijven over hun gamende kinderen, zijn van harte welkom. Mail me even: justine@ouders.nl

Justine Pardoen

4 april 2008

* Internet voor kinderen: beschermen of weerbaar maken?

"Wat is wijsheid? Echte (media)wijsheid zou zijn dat volwassenen beseffen dat we kinderen een groot plezier doen door óók weer hun filter te worden. Door ervoor te zorgen dat ze niet meer alles te zien krijgen wat er te zien is. Door hen óók af te schermen van ongeschikte en schadelijke inhoud. Kortom, echte wijsheid is dat we economische belangen ondergeschikt durven maken aan het welzijn van kinderen."
Dat schrijft Justine in haar column op Katholiekgezin.nl.

Remco Pijpers

18 maart 2008

* Nog een keer: Generatie Einstein bestaat niet

We hebben het al vaker betoogd: de idee dat er een Generatie Einstein bestaat (sneller, slimmer, en beter in staat onze (oude) generatie te begrijpen dan wijzelf) is een mythe. Niets aan de hand als je zoiets bedenkt als reclamemaker om adverteerders warm te maken voor de nieuwe doelgroep. Bovendien doet het het leuk op presentaties, maar het is misleidend en gevaarlijk als je denkt op basis van die gedachte beleid te kunnen maken of je onderwijs vorm te geven.

Op Frankwatching staat deze week een degelijk overzicht van Robert Witteman van Sanoma Uitgevers. Relevant. Natuurlijk zijn er verschillen tussen vroeger en nu. Maar "de mythe van de Google Generatie is hier niet in het voordeel van jongeren zelf. Opvoeders en opleiders zijn vaak in de veronderstelling dat ze jongeren niets nieuws meer kunnen leren wat digitale media betreft en dus blijft scholing en begeleiding vaak uit." Hear, hear!

Onze conclusie: op basis van wat wetenschappers in te brengen hebben, zouden we docenten en ambtenaren bij OCenW zo langzamerhand moeten waarschuwen dat het boek Generatie Einstein (Boschma en Groen) niet gemaakt is op basis van wetenschappelijk onderzoek. Integendeel: het is geschreven door mensen die ervoor doorgeleerd hebben om waspoeder te verkopen ("nieuw, nu verbeterde formule") en bewonderenswaardig vaak in staat zijn jou iets te laten kopen wat je niet nodig hebt.

Wat we wel nodig hebben? Het besef dat de nieuwe kleren van de keizer niets om het lijf hebben. Dat we aan de slag moeten om leerlingen van nu bij te brengen wat leren is en hoe je je eigen vaardigheden om te leren kunt verbeteren, zodat ze weten hoe ze boven zichzelf uit kunnen stijgen en, als ze later groot zijn, ook zinnige informatie van onzin kunnen onderscheiden.

Meer lezen over de discussie of kinderen nu wel of niet kunnen multi-tasken?
Lees 'Zap! en het is weg. De voor- en nadelen van multitasken tijdens het leren', van Guido Band en Richard Ridderinkhof op Edusite.

Justine Pardoen 

6 maart 2008

* Basisschool plakt smileys op foto's met kinderkopjes

Een basisschool in Essex heeft besloten om alle kinderen die op foto's staan die op de internet gepubliceerd worden, onherkenbaar te maken door smiley's op hun hoofden te plaatsen.

Kop_met_smiley_2

Er is commotie over ontstaan, omdat sommigen vinden dat deze actie een angsaanjagend beeld oplevert. Niet alleen zorg je ervoor dat nu iedereen naar kinderfoto's gaat kijken als door de ogen van een pedofiel, maar het levert ook een vreemd beeld op voor de kinderen zelf. Wat heb je nog aan deze foto's? Waarom zou je ze dan uberhaupt nog publiceren?

Ik vind het een briljante zet van de school om de aandacht te vestigen op het dilemma waar internet ons voor stelt: als school wil je enerzijds openlijk kunnen laten zien hoe leuk kinderen het hebben op je school, maar anderzijds wil je kinderen niet onnodig blootstellen aan risico's die daarmee gepaard gaan. En die risico's zijn er wel. Moet je ze onderschatten, naïef blijven om te voorkomen dat iedereen met een geperverteerd beeld van de werkelijkheid rondloopt? Of moet je ze overschatten om te voorkomen dat ook maar één kind ergens slachtoffer van wordt?

Wat is hier de gulden middenweg? Hoe ziet die eruit?

Bron: Daily Mail

Justine Pardoen

28 februari 2008

* Pleidooi voor nieuwe regels voor media gericht op kinderen

"Let's Rewrite the Rules for Kids' Media", stelt Anastasia Goodstein voor in haar column in BusinessWeek. Het is tijd voor een heroverweging als het gaat om kinderen en media: waar stellen we kinderen aan bloot en waarom? Welke regels hanteren we daarbij? Het gaat haar daarbij vooral om de wijze waarop marketeers vrij spel hebben gekregen bij alle interactieve media.

Geïnspireerd door het rapport D is for Digital (pdf) stelt Goodstein het volgende voor:

  • Bedrijven en reclamemakers moeten zich meer aantrekken van wat wetenschappers en andere professionals die met jeugd te maken hebben weten over de beïnvloeding van kinderen. En niet om hen nog beter te kunnen targeten, maar om hen te kunnen beschermen.
  • Bepaal algemene normen (een 'standaard') voor wat geldt als 'educatieve' inhoud. Pas die normen regelmatig aan aan de nieuwste wetenschappelijke inzichten.
  • Verzin nieuwe, reclame-vrije business-modellen voor kinderwebsites.
  • Zorg voor meer transparantie bij betaalde of gesponsorde inhoud. Kinderen hebben er recht op te te weten wie wat betaalt en waar de inhoud vandaan komt.

We staan dus beslist niet alleen in onze zorgen en wensen als het gaat om de commercialisering van media gericht op kinderen. Zie ons dossier Gratis (maar niet heus).

Anastasia Goodstein komt naar Nederland binnenkort, waar ze spreekt op het jaarcongres Trends in Kids- en Jongerenmarketing. Wellicht kan ze daar een groter gehoor vinden dan wij hier...

Justine Pardoen

27 februari 2008

* Social networking niet zo veilig als het lijkt

Je krijgt een mailtje van Hyves: ‘Let’s Hyve! X wil je toevoegen als vriend op Hyves. Klik hier om de uitnodiging te accepteren of te weigeren’. Je klikt op de link en accepteert de uitnodiging. Ook al ken je deze persoon niet zo goed in het echte leven, je vertrouwt hem of haar, want jouw persoonlijke informatie blijft binnen de muren van jouw persoonlijke profiel. Toch?

Mis. Jouw informatie op een Social Networking Site (SNS) blijft niet zo makkelijk binnen de muren van jouw profiel als je denkt. Deze muren zijn niet zo waterdicht als ze lijken: informatie kan via je vrienden binnen zes stappen bij iedereen in het netwerk terecht komen. Dat heeft te maken met de structuur van de website, ofwel de topologie.

De typering van Hyves geldt ook voor Facebook, Linkedin en Myspace. Wat hebben deze websites gemeen? David Riphagen legt het uit op het weblog van XS4all. Riphagen is student Technische Bestuurskunde aan de TU Delft en werkt aan zijn onderzoek 'Harms for users of Social Networking Sites by using their Identity Relevant Information' bij het Electronic Privacy Information Center in Washington DC, USA.

Lees hier verder.

Justine Pardoen

* Beschermen of weerbaar maken? Verkeerde discussie

Kinderen hebben allerlei rechten. Een daarvan is: recht op informatie. Met verwijzing naar dit recht is in het verleden vaak gepleit tegen webfiltering: we moeten kinderen niet afhouden van informatie, maar hen ermee om leren gaan. In alle vormen komt dezelfde tegenstelling terug: filteren of opvoeden, beschermen of weerbaar maken? Het is een verkeerde discussie en ze leidt af van de werkelijke vragen die we ons zouden moeten stellen.

Hetzelfde argument wordt gebruikt in discussies over reclame gericht op kinderen: kinderen moeten weerbaar gemaakt worden tegen commercie. We weten uit onderzoek dat kinderen moeite hebben reclame van neutrale informatie te onderscheiden, maar toch wil een deel van de maatschappij kinderen graag blootstellen aan reclame (ze hebben er zelfs recht op, zoals de stichting Reclamerakkers betoogt in een persstatement van 5 november 2007), en dus moet je ze weerbaar maken. Er zit niets anders op.

Lees meer "* Beschermen of weerbaar maken? Verkeerde discussie" »

19 februari 2008

* Aantal Pro Ana weblogs neemt toe

Het aantal Pro Ana-weblogs waarin jonge meisjes elkaar aansporen zo dun mogelijk te worden, neemt toe in Nederland. Ook op Hyves zijn Pro Ana’s actief. Een zorgelijke ontwikkeling, maar lastig tegen te gaan, meldt De Pers.

Op de pro Ana-weblogs geven meiden elkaar tientallen tips over hoe ze sneller kunnen afvallen. Trots laten ze alkeer hun ribben zien. Daarnaast geven de meiden elkaar advies over hoe je bezorgde ouders met smoesjes kunt afwimpelen. De meiden steunen elkaar in de afvalrace.

Lees meer "* Aantal Pro Ana weblogs neemt toe" »

14 februari 2008

* Emoticons maakt tieners tot dolende zielepieten

De documentaire Emoticons van Heddy Honigmann al gezien? Daar word je niet vrolijk van! Waar blijft de docu die eens laat zien wat jongeren allemaal kunnen, waar ze van groeien, sterk van worden enz.? Ze geven in veel gevallen zelf vorm aan hun leven via moderne media. Waarom is dat geen onderwerp voor een reportage?

Uitzending gemist zegt:

Honigmann geeft een gezicht aan een groep 'dolende zielen' die allen op zoek zijn naar contact, troost, hulp, vriendschap en liefde. Ze dompelen zich onder in een virtuele wereld die voor hen een belangrijkere plaats heeft ingenomen dan de gewone, alledaagse wereld. Voor de meesten van hen is die virtuele wereld hun echte wereld geworden. De film speelt zich vooral af in de nachtelijke uren, waarin voor de meeste mensen het licht gedoofd is, maar voor de hoofdpersonen de computer op volle toeren draait. Met hun eigen taal en tekens proberen zij een oplossing te vinden voor hun worsteling met universele thema's als eenzaamheid, angst en onzekerheid.

Brrr... alsof die eenzaamheid van veel pubers door internet komt! Terwijl de docu duidelijk laat zien dat eenzame pubers via internet wegen vinden om zichzelf staande te houden.

Hoe zien anderen dat?
Eerst zelf kijken. Hier dus.

Justine Pardoen

5 februari 2008

* Mythes over internet ontkracht

Critici zien grote gevaren in al dat online communiceren. Jongeren zouden de deur niet meer uit komen, slechts in msn-taal communiceren, massaal voor de webcam uit de kleren gaan, verslaafd zijn aan geweldgames en – net als Saskia uit de eerste alinea – alleen in die spellen tot hun recht denken te komen, en niet meer in staat zijn echte relaties aan te gaan.

De bekende psychologe en onderzoeker Martine Delfos vindt dat we de invloed van internet niet moeten onderschatten, zei ze begin november 2007 op een seminar in Utrecht. "Wat is het gevaar van het aanmeten van een andere identiteit? Kinderen nemen zichzelf mee, ook al doen ze alsof ze iemand anders zijn. Ze denken dat ze iemand anders zijn geworden, maar ze kunnen in hun contacten toch niet dat ideale poppetje zijn en dus worden ze alsnog beperkt. Alleen komt dat harder aan."

Kortom: jongeren raken sociaal gehandicapt, verliezen realiteitszin en de eigen identiteit en zijn massaal verslaafd aan internet. Maar klopt dat wel?

Recente onderzoeken lijken iets anders te zeggen. Drie internetmythes nader bekeken:

  • Mythe 1: Internet zorgt voor minder sociale contacten
  • Mythe 2: Op internet verliezen jongeren hun identiteit
  • Mythe 3: Jongeren zijn massaal verslaafd aan internet

Lees verder in het uitgebreide artikel op CVKoers ("opinieblad voor de christen vandaag), februari 2008.

Justine Pardoen

12 oktober 2007

* Pleidooi voor minder anonimiteit en meer privacy

Een interessante gedachte kwam ik tegen in dit artikel in PC Magazine: we moeten af van de grote anonimiteit op internet en we hebben meer online privacy nodig en het een gaat hand in hand met het ander.

Zodra we niet meer anoniem kunnen zijn wanneer we reacties geven op krantenartikelen of onze mening geven op fora, zal het vervelende gedrag dat daarbij komt ook verminderen, zo is de gedachte.

Francisco van Jole pleit hier ook al jaren voor. We moeten nu eenmaal beseffen dat er helemaal geen verschil is tussen de online wereld en de echte wereld. Zo weiger ik ook al jaren te spreken van het virtuele leven: er is helemaal niets schijnbaars aan de online wereld. En wie dat onderscheid in stand houdt, suggereert ten onrechte dat online niet dezelfde regels en wetten heersen als offline. Niets is minder waar natuurlijk, of zoals de schrijver van dit stuk zegt: de vent die in Second Life een relatie heeft met een andere vrouw dan de vrouw met wie hij in het echt getrouwd heeft, die gaat gewoon vreemd, punt.

Daarnaast zal bij het vedwijnen van het grote gemak om je te verschuilen in de online wereld, een grotere behoefte onstaan om duidelijke privacy-normen en regels af te gaan spreken met elkaar. Want we kunnen wel denken dat we anoniem zijn op internet, niets is minder waar natuurlijk. Overal zijn onze gegevens opgeslagen van ons internetgedrag, bij providers, in Google-databases. Maar de meesten hebben geen idee.

Getting rid of the Internet's lazy anonymity habits will actually aid the cause of privacy, because it'll finally bring the issue of online privacy into the day-to-day world. Do you want to protect your message-board postings from prying eyes? Well, right now they can be probed by any law-enforcement tyro with a grudge. Without the imaginary shield of weak anonymity, people will have the incentive to rise up and demand some laws that would actually protect privacy—against our peers, our corporations, and our government. We can have a real societal debate over what information should be public and when people should be accountable. My vote: If I want something I write not to be indexed and not to be searchable, or if I want to delete something I wrote anywhere, I should be able to do so. With the duty of accountability should come the right to power over your own words.

Een interessante gedachte dus: wanneer we de anonimiteit in het sociale verkeer op internet zouden opgeven, worden mensen wakker: ze zouden begrijpen dat het nu hard tijd is om duidelijker regels komen oms onze privacy te beschermen. Maar daarbij raken we misschien vele manieren van frauduleus en trollen-gedrag op internet kwijt.

Het zou in ieder geval een stuk gemakkelijker worden om kinderen te leren zich verantwoordelijk te gedragen in de online wereld. Nu is het vaak nog moeilijk voorstelbaar voor hen dat wat ze nu online doen, ook later nog gevolgen kan hebben waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn.

Justine Pardoen

10 oktober 2007

* De Kinderconsument gaat te ver

De Kinderconsument roept op tot een boycot van providers die kinderporno niet blokkeren. De stichting, die zegt onafhankelijk te zijn, raadt consumenten aan over te stappen naar de sponsor van de Kinderconsument, UPC. Met dit advies geeft de Kinderconsument een nieuwe dimensie aan het spel 'wie roept het hardst dat hij tegen kinderporno is?', waarin het er om gaat gezien te worden als het braafste jongetje van de klas. Ten koste van anderen die tegen kinderporno zijn. Ten koste ook van de slachtoffers van seksueel misbruik.

Het is zulke ingewikkelde materie, dat het ons onsmakelijk voorkomt om daar pr mee te bedrijven. We willen graag uitleggen waarom.

Lees meer "* De Kinderconsument gaat te ver" »

9 oktober 2007

* MKO in actie tegen kinderporno

Hoe staat de stichting Mijn Kind Online in de discussie over verspreiding van kinderporno via internet? Moeten providers wel of niet de websites blokkeren die staan op de lijst van de KLPD?

De gemoederen laaien hoog op. Providers van KPN tonen zich weerspannig, in tegenstelling tot UPC, die er als de kippen bij was om bekend te maken dat het met de KLPD samenwerkt in de strijd tegen het grote pornografische kwaad. De Tweede Kamer zou providers willen dwingen kinderporno-sites te blokkeren.

Wij van Mijn Kind Online worden er op aangesproken dat KPN-providers geen haast lijken te maken om UPC te volgen. Of we KPN even onder druk willen zetten om te doen wat nodig is: kinderporno op internet blokkeren.

De klacht:
Deze mail ontvingen we gisteren:

De naam van uw "stichting" krijgt wel een beetje een zure ondertoon als ik vandaag in de krant lees (NRC 4 okt 2007) dat KPN nog niet toe is aan het blokkeren van sites met kinderporno. Er moet nog over "onderhandeld" worden. Onbegrijpelijk.

Als ik uw site bestudeer weet u kennelijk heel goed aan ouders te vertellen hoe zij met het internetgebruik en surfgedrag van hun kinderen moeten omgaan. 

Uw missie omtrent de veiligheid van kinderen blijkt echter bij de provider zelf, KPN, niet aan te komen.

Mijn vraag is: Is de stichting Mijn Kind Online in gesprek met KPN om sites met kinderporno te blokkeren op Planet?

Bij voorbaat dank voor uw reactie

Ons antwoord:
Geachte heer K.,

Dank u voor uw mail.

Wat wij hebben begrepen is dat KPN wel degelijk kinderporno gaat blokkeren. Maar misschien hebben we het mis.

Wat niet of nauwelijks bekend is, is dat KPN op advies van de stichting Mijn Kind Online al in mei van 2006 de KLPD heeft benaderd om te praten over het effectiever tegengaan van kinderporno op internet. XS4ALL, dochterbedrijf van KPN, heeft de slimste techneuten in dienst, met meer expertise dan de deskundigen van de KLPD. Aangeboden is politiemensen (gratis) op te leiden door XS4ALL en het filter was een punt op de agenda.

Het belangrijkste punt was echter de vraag hoe providers kunnen helpen om de verspreiders van kinderporno op internet beter op te sporen. KPN en XS4ALL stelden voor het overleg te voeren met álle providers, opdat het onderwerp 'kinderporno' niet zou verworden tot een PR-middel voor afzonderlijke bedrijven.

Dat is nu wel gebeurd.

XS4ALL heeft aangegeven dat filtering van kinderporno op basis van een zwarte lijst prima is, maar dan moeten eerst afspraken worden gemaakt. Niet de politie maakt uit wat kinderporno is, bijvoorbeeld, maar justitie. Om te voorkomen dat de politie rechter speelt.

Had het gesprek achter de schermen plaatsgevonden, dan was er men wel uitgekomen. Nu speelt de discussie zich af in het openbaar af. De publieke opinie is tegen kinderporno, iederéén is tegen kinderporno. Elke poging om een normale discussie te voeren, wordt uitgelegd als een weigering om kinderporno te blokkeren. Sterker nog: iedereen die durft bezwaar aan te tekenen, is verdacht en wordt gezien als supporter van pedofielen.

De bezwaren die XS4ALL (en KPN) aanvoeren, doen u zelfs besluiten de stichting Mijn Kind Online aan te spreken.

De stichting Mijn Kind Online, die onafhankelijk kan werken en de vrijheid heeft om KPN te bekritiseren, hecht aan zorgvuldigheid. Op ons advies heeft KPN besloten de bestrijding van kinderporno op internet nóg hoger op de agenda te zetten, zonder zich daar in de openbaarheid voor op de borst te kloppen. Het is jammer dat KPN de schijn nu juist tegen heeft.

Om een lang verhaal kort te maken: ja, we zijn met KPN in gesprek over dit onderwerp. We doen vooral ons best alle relevante partijen (overheid en het bedrijfsleven, vertegenwoordigers van ouders, experts) aan één tafel te krijgen en te houden. Dat laatste is een stuk moeilijker geworden. Maar we geven het niet op.

Vriendelijke groet,

Remco Pijpers

* Laat leerlingen twitteren en hyven: begeleid ze in het communiceren

Margreet van den Berg blogt over veilig internet. Wat is dat? Volgens haar is het een kwestie van enerzijds het beheersen van ICT-vaardigheden: informatievaardigheden, coommunicatievaardigheden en technische vaardigheden. Maar anderzijds ook: het leren van algemene omgangsregels met internet en andere communicatiemedia.

Al die vaardigheden heb je altijd nodig. Margreet: "Op een website communiceert de maker van de website met de lezers, en om de informatie op die website te kunnen duiden zal een lezer over een aantal technische vaardigheden moeten beschikken, zoals bijvoorbeeld kunnen achterhalen wie er achter een bepaalde domeinnaam zit, of welke sites naar een domeinnaam linken. Maar door de term 'veilig internetten' te vervangen door ICT-competent hoop ik duidelijk te maken dat veilig internetten zich afspeelt op verschillende terreinen."

Ik ben blij met het voorstel van Margreet: die eenzijdig nadruk op veiligheid zet een groot deel van wat kinderen moeten leren in de schaduw. Je krijgt zowaar de neiging om alles wat maar extra gevaar met zich mee kan brengen, zoals mobieltjes, maar de school uit te bannen!

Terecht adviseert ze dan ook om kinderen ook op school zoveel mogelijk te leren werken met media zelf. Ik wil daarbij nog benadrukken dat dat natuurlijk nooit bedoeld kan zijn als doel op zichzelf, maar als middel om kinderen te leren hoe ze met de huidige media om kunnen gaan om hun doelen te bereiken, op een manier die rekening houdt met anderen en waarmee ze hun democratisch burgerschap vorm kunnen geven (zoals Micha de Winter dat noemt).

"Laat ze websites maken, wiki's, weblogs, filmpjes, games om te ervaren hoe je deze media kunt gebruiken om een boodschap over te brengen. Laat ze MSN'en, met hun mobiel bellen, Twitteren en Hyven om met ze te laten ervaren welke communicatiemiddelen ze kunnen gebruiken om hun doel te bereiken. En bespreek met ze hoe zij denken over zaken als privacy, virtuele en live-contacten via internet en via games, taalgebruik en objectieve en subjectieve informatie."

Hear hear!

Lees haar posting even zelf. Het filmpje is hilarisch!

Justine Pardoen

19 september 2007

* Burny Bos: reclame voor kinderen is rommel

Gisteren was er in Desmet Live een discussie over reclame voor kinderen: verbieden of niet?

Onder leiding van Dieuwertje Blok zaten aan tafel: Burny Bos (filmmaker voor kinderen o.a.), Frans Blanchard (voorzitter van de VEA, een vereniging van communicatiebureaus) en ik. Het was radio, maar er zijn ook video-opnames gemaakt die via internet te zien zijn.

Junkfood_1

Frans Blanchard vertelde over Reklamerakkers, als initiatief vanuit de markt toen Medy van der Laan had gezegd dat ze niets zag in een verbod op reclame, mits de markt zelf zich verantwoordelijk toonde. Het antwoord van de markt was de stichting Reklamerakkers. Deze stichting heeft tot doel kinderen weerbaar te maken tegen reclame.

Burny Bos: "Ik vind commerciële televisie okee, maar zorg dat er een reclamevrije kindertelevisie is bij de publieke omroep. Waarom moeten we kinderen trainen in iets waarin ik mijn kinderen helemaal niet wil trainen? Ouders moeten een keus hebben."

Blanchard: "Maar daar los je het probleem helemaal niet mee op! Wij vinden dat die reclame er nu eenmaal is en dat je kinderen daarmee moet leren omgaan. Verbieden heeft geen zin, dat zijn we het eens met Medy van der Laan indertijd."

Niemand is het natuurlijk oneens met de gedachte dat je kinderen weerbaar moet maken. Dat is ook niet de discussie.

Pardoen: "U hoeft niet zelf te pleiten voor een verbod, dat begrijpen we best. Maar waarom bent u ook tegen een verbod of beperking als de politiek daartoe zou besluiten? Waarom bent u en is Reklamerakkers dan ook tegen een reclameloze ruimte voor kinderen bij de publieke omroep?"

Blanchard: "Dat heeft te maken met de geschiedenis. Kinderprogramma's moeten worden betaald door de commercie."

Bos: "Kindertelevisie zou eigenlijk onder volksgezondheid moeten vallen! Een belangrijke bijdrage aan de opvoeding van jonge kinderen wordt geleverd door televisie en internet. Je kunt niet de verantwoordelijkheid alleen bij de ouders leggen. Ook televisiemakers, reclamemakers zijn verantwoordelijk voor wat kinderen voorgeschoteld krijgen. Nu is het zo dat ik mijn mooie kinderfilms niet kan maken omdat Unox ze niet vrolijk genoeg vinden om daarbij te willen adverteren! Omdat de commercie het geen goede film vindt, kan ik mijn films niet maken. Je kunt nergens meer ontkomen aan die rommel van de reclame, het is etter. Dat is toch idioot!"

Pardoen: "Kwaliteit voor kinderen kost geld inderdaad. En als we dat er met z'n allen niet voor over hebben, dan zou de discussie dáárover moeten gaan."

Bos viel bij: "Ik verwijt het de publieke omroep en de overheden dat ze niet in staat zijn om één schone zender te creëren voor kinderen."

Nou ja, kijk of luister zelf maar...  hier.

Justine Pardoen

17 september 2007

* Jongetjes beroven elkaar op straat van internetaccount in online game

Een raadselachtig berichtje op Gametoday vandaag: kinderen van 14 en 15 rossen een 13-jarige jongen af om zijn account in het online spel Runescape te bemachtigen. Ze sloegen en schopten de 13-jarige jongen en bedreigden hem met een mes tot hij overstag ging en zijn account afstond.

Het bericht eindigt met commentaar van de politie, die zegt zich vooral zorgen te maken omdat de jongeren internetten zonder controle van ouders of scholen. "Jongeren hebben zich deze wereld helemaal eigen gemaakt, veel ouders lijken de boot te hebben gemist. De indruk bestaat dat jongeren strafbare feiten op het internet nog gemakkelijker plegen dan in de 'echte' wereld. Het gebeurt anoniem en hierdoor gaan jongeren gemakkelijker over hun grenzen”, aldus de politie.

Ik ben verbaasd. Hoe kan de politie dit oordeel vellen? Is dat de achtergrond van het incident, dat ouders niet meer weten wat kinderen doen op internet? Is het in dit geval juist niet dat de ouders niet geweten hebben wat de kinderen buiten uitspookten?

De eerste keer dat in het nieuws kwam dat een tiener op straat van zijn Nike-sportschoenen werd beroord, kregen ouders er toch ook niet van langs dat ze hun kinderen geen sportschoenen van een te gewild merk moesten laten dragen? Wat heeft dit incident nu met de internet-kennis van ouders te maken?

De tientallen reacties die volgen, laten zien hoe vreemd er inderdaad nog gedacht wordt over de rol van ouders en de rol van internet in zulke incidenten. Sommigen wijzen inderdaad onmiddellijk naar 'dat' internet en natuurlijk die ouders die tegenwoordig niet meer opvoeden. Anderen zien gelukkig in dat er iets veel omvangrijkers aan de hand is: we leven in een door-en-door vercommercialiseerde samenleving, waar je je identiteit ontleent aan wat je hebt. Of dat nou die Nikes zijn, die i-pod waardoor iemand zelfs al het leven heeft moeten laten omdat hij zich tegen zijn berover verzette, of status en macht in een online game.

Laten we hopen dat politiemensen het probleem niet zo smal benoemen als uit dit nieuwsbericht opgemaakt zou kunnen worden. En laten we vooral hopen dat politiemensen die met scholen en ouders te maken krijgen naar aanleiding van dit soort incidenten, zich niet laten adviseren door het soort deskundigen dat roept dat ouders en leerkrachten falen. Zo bereik je namelijk niets.

In ieder geval niets anders dan dat vooral je eigen bange dromen bewaarheid worden.

Justine Pardoen

20 juni 2007

* Generatie Boeiuh!

Wat jongeren willen, wat ze belangrijk vinden en waar ze hun geld aan willen uitgeven weet niemand echt, maar als je zegt het wel te weten kun je van stro goud spinnen. En dus is er weer eens iets onderzocht en schrijven marketeers er weer over.

Een onderzoek van Viacom over hoe jongeren omgaan met reclame. Brandweek.com schrijft erover.

Generatie Einstein? Nou nee, niet echt. Ach ja, dom zijn ze ook niet, maar geniaal is anders. Als het gaat om de waardering van merken is het meer Generatie Schizo: ze vinden merken heel belangrijk, maar ze vinden ook dat de wereld beter af zou zijn als dat niet zo was.

Ik voel meer voor de Generatie Boeiuh! Echt diepgaand geïnteresseerd in de wereld die groter is dan henzelf en hun vrienden, zijn ze eigenlijk helemaal niet. Soms even, maar beslist niet structureel. Zeker niet meer (misschien zelfs minder!) dan pubers eigen is, zoals we dat al decennia zien.

Het Amerikaanse onderzoek bevestigt het idee dat ook hier heerst: jongeren zouden vooral reclame-wijs zijn. Ze worden niet beïnvloed door reclame als ze dat zelf niet willen. Ze weten immers haarfijn welke marketing-truucs er gebruikt worden om hen geld uit de zak te kloppen. Dát zou de Generatie Einstein onderscheiden van vorige generaties: hen houd je niet voor het lapje, ze zijn reclame-wijs.

Maar alle sociologen weten al sinds de vorige eeuw dat wat mensen zéggen te doen vaak helemaal niet overeenkomt met wat ze ook werkelijk doen. En juist daarom zijn dit soort onderzoeken over wat jongeren zelf zeggen over hun eigen gedrag en drijfveren, eigenlijk zo weinigzeggend over het feitelijke gedrag. Ze zeggen meer over hoe ze graag gezien willen worden, hun gedroomde imago. Ze wíllen gezien worden als de Generatie Einstein. En wij, suffe volwassenen, geven onze verwende kids nog hun zin ook!

Zo zeiden de jongeren in het onderzoek van Viacom ook -- en dat is natuurlijk wereldnieuws -- dat ze meer waarde hechten aan commercials op tv en in tijdschriften dan aan reclame online: die laatste vinden ze niet betrouwbaar genoeg en daarom worden ze er volgens eigen zeggen minder door beïnvloed.

En daar hebben de marketeers dan maar rekening mee te houden. Of niet?

Je gelooft het toch niet werkelijk? Generatie Einstein zou het wel willen misschien, maar die online reclame-dollars en euri zijn heus geen weggegooid geld. Hoe wijs zijn die tieners nu eigenlijk echt als ze niet eens doorhebben hoe intensief ze 'getarget' worden op de plekken waar ze virtueel rondhangen?

Nou ja, laten we het er dan maar op houden dat onze genie Einstein zich ook nooit echt als een volwassen man heeft gedragen: een sociaal uiterst gebrekkig mens, geniaal in zijn monomanie, en uiteindelijk volkomen afhankelijk van de zorg van anderen om dagelijks in leven te blijven...

Boeiuh!

Justine Pardoen

12 juni 2007

* Porno voor pubers

Deze week is de eerste pornosite voor pubers gelanceerd onder de wat aanmatigende naam Hoehetmoet.nl. Er is aandacht besteed aan de website, dat is duidelijk. Hij ziet er gelikt uit, om in de sfeer te blijven, maakt gebruik van beeld en audio, zodat ook de wat laaggeletterden onder ons goed aan hun trekken kunnen komen. Want pubers zijn immers helemaal op beeld ingesteld, moet men gedacht hebben. En dus wordt alles getoond alsof je er met je neus bovenop zit.

Porno?
Ik heb er moeite mee om op deze wijze pubers voor te lichten. Het is helemaal geen porno, zegt de maaktster Lydia Koopmans, het is voorlichting! Bedoeld om tieners de techniek van seks uit te leggen, zodat ze seks "leuker en lekkerder" kunnen maken.

Wanneer het nu duidelijk gepresenteerd was als porno voor pubers, wat het feitelijk is, dan was dat een stuk eerlijker geweest. Duidelijker ook. Begrijpelijker is het dan ook dat TMF aangehaakt is.

Maar nu schept de website en de berichtgeving over het doel van de makers verwarring bij mij. Volgens de makers is de site bedoeld voor tieners van 16 jaar en ouder. Prima. Laten we hopen dat die weten wat ze willen weten, en dan hun weg vinden. Dat ze tegen betaling een cursus beffen of pijpen bestellen via de site, is prima. Eén keer kijken en je weet genoeg. De rest moet je zelf al doende ontdekken.

Verplichte kost voor scholieren?
Seksuoloog Peter Leusink is laaiend enthousiast over de website, zie NRC-artikel. In NRC zegt hij dat de website verplichte kost moet worden voor scholieren. En kijk, daar schrik ik nou weer van. Natuurlijk is het goed dat deze informatie er is voor oudere tieners, maar verplichte kost? Leusink zegt erbij dat het goede informatie is en dat het onzin is dat je van die beelden opgewonden zou raken. Het is dus geen porno in zijn ogen.

En hier raak ik het spoor bijster. Niet opgewonden? Ik kan me voorstellen dat Leusink al zo afgestompt is door zijn vak dat hij zelf niet meer geprikkeld wordt door deze beelden. Maar geldt dat werkelijk ook voor anderen? En voor pubers, die nog minder eigen ervaring hebben? Ben ík dan de uitzondering?

Porno voor pubers
Zeg dus gewoon wat het is: porno voor pubers, maar dan van het betere soort omdat het iets minder plastik is, minder ranzig en daardoor iets meer informatief dan wat we gewend zijn via internet voorgeschoteld te krijgen.

Martine Delfos uit ook haar twijfel over de website in hetzelfde krantenartikel: Delfos: "Op internet hebben we geen codecommissie, maar als die er was, zou deze site vanwege het expliciet tonen van geslachtsdelen en seks als porno beoordeeld worden. Volgens mij is het ronduit naïef – of commercieel – om te denken dat kennis van de techniek van seks leidt tot leuke seks. Ieder seksueel actief mens weet uit ervaring dat techniek maar een klein onderdeel is."

Delfos stelt dat techniek laten zien geen seksuele voorlichting is. "Integendeel. Als je toont hoe het zogenaamd moet, stel je een norm die jongeren onzeker zal maken. De buitengewoon forse penis van de jongen in een van de filmpjes bijvoorbeeld, is voor andere mannen niet bepaald geruststellend. Het onterechte beeld dat jongeren zullen krijgen is: als de techniek goed is, is de seks ook goed. Maar elk lichaam en elk mens is anders. Seks is helemaal niet zo makkelijk als de site doet voorkomen. En trouwens, seks leren ontdekken is spannend."

Ik ga hier mee met Delfos. Seksuologe Hilde van der Ploeg had ook niet voor niets gekozen voor het maken van tekeningetjes op haar website Sekswoordenboek.nl, omdat je ook best iets kunt uitleggen aan je kinderen zonder het meteen zelf te moeten voordoen met je partner... Laat die kinderen, of het nu jongere of oudere pubers zijn, gewoon de ruimte om zelf nog wat in te vullen. Het idee dat wij hen zouden moeten vertellen hoe het moet, dat is niet alleen aanmatigend, maar eigenlijk ook hopeloos ouderwets.

En dan is er nog de leeftijdskwestie. Delfos gaat ervan uit dat ook kinderen jonger dan 16 de site zullen bezoeken. En terecht. Wie gaat zich laten beperken als hij nieuwsgierig is door de mededeling van de sitemakers dat je pas mag kijken als je 16 bent?

Delfos: "De leeftijd waarop seksuele voorlichting speelt is tussen tien en veertien jaar. Kinderen kunnen nu ook al naar porno surfen, maar deze site wordt gepresenteerd als: dit is verantwoord, hier mag je naar kijken."

En voor hen, juist die nieuwsgierige jongere groep, is dit geen goede voorlichting, maar pure porno. Delfos wijst erop dat kinderen door het kijken naar die beelden ook geprikkeld raken: "Het lichaam reageert op zulke beelden, dat gebeurt onderbewust." Het is de vraag of we dat goed moeten vinden. Is het gezond, om dat te stimuleren bij kinderen die daar nog niet aantoe zijn? Delfos denkt van niet: ze denkt dat het mogelijk schadelijk is.

We weten niet precies wat de schade is van het kijken naar porno op te jonge leeftijd. Delfos zou gelijk kunnen hebben. Waarom zouden we het risico nemen? Moeten we wachten op wetenschappelijk onderzoek om het niet goed te vinden dat kinderen naar porno kijken? Het is porno. Punt. Maar gelukkig niet zo smakeloos als je doorgaans ziet. De meiden hebben hier tenminste plezier. Maar als dit het beste is wat we kunnen bedenken aan voorlichting voor tieners, dan weet ik niet of we hier nou blij mee moeten zijn...

Naschrift
Peter Leusink reageerde ter nuancering van wat hij gezegd heeft op bovenstaand bericht:

"Ik heb gezegd dat ik de beelden niet pornografisch vindt, met andere woorden, deze beelden hebben niet de INTENTIE op te winden (definitie pornografie volgens van Dale die ik onderschrijf). Dat je toch opgewonden kunt raken van die beelden, dat kan gebeuren, dat zal voor ieder verschillend liggen, maar het is niet de bedoeling van die beelden, dan zouden ze heel anders gefilmd zijn met waarschijnlijk andere personen etc etc. En als pubers dan al opgewonden zouden kunnen raken van een paar scènes, is dat dan erg? Als ze maar geen eenzijdig beeld krijgen van seksualiteit tgv overmaat aan porno, seksistische reclame ed. etc etc, ik denk dat we het daar wel over eens zijn."

Justine Pardoen

4 juni 2007

* Web 2.0: vooruitgang of gevaar?

Menig congresganger wordt overspoeld met positieve verhalen over web 2.0: het is hét voorbeeld van de grote omwenteling van media-gebruik die de technologische vooruitgang ons gebracht heeft. Maar er is ook een keerzijde, waar echter nauwlijks nog iemand over spreekt.

Het ziet er veelbelovend uit. Via Wikipedia, MySpace, Hyves, Flickr en YouTube kan nu iedereen zijn zelf media maken. Vooral jongeren, kinderen nog eigenlijk, maken daar gebruik van en ontdekken nieuwe mogelijkheden om zelf media-producent te worden. Dat biedt enorme kansen.

Niet alleen voor politici, die nu heel eenvoudig zelf vrienden kunnen maken (via Hyves bijvoorbeeld) en zichzelf kunnen adverteren met een eigen weblog, maar natuurlijk ook voor die burgers, die nu net zo hard kunnen schreeuwen als vroeger de meneer van de krant, of de politicus via de tv. Je kunt zomaar met een webcam-filmpje een gouden platencontract in de VS scoren, of beroemd worden op een achternamiddag met een playback-act. Je kunt je eigen leerproces vormgeven, en je eigen netwerk van gelijkgestemden bouwen, of je nu terrorist bent, rechts-extremist, anorecticus of hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg.

Power to the people
De ideologie van gelijke kansen voor iedereen, de burgers aan de macht sijpelt door alle verhalen heen, waarna natuurlijk -- voornamelijk van de kant van de gevestigde orde van mediamakers, met de journalistiek voorop -- ook de kritiek te horen is dat de hoeveelheid bagger die ons nu overspoelt gigantisch is. Wie gaat er het kaf van het koren scheiden voor ons? Wie voorkomt dat mensen maar wat doen en dat niemand meer wat over heeft voor kwaliteit van informatie?

Die discussie is aardig (Andrew Keen met zijn boek The Cult of the Amature voorop, zie hier een interview met hem), maar mist de kern, volgens Michael Zimmer. Zimmer is onderzoeker op het gebied van communicatie en de informatie-maatschappij, promoveert deze zomer en gaat daarna aan de slag bij Yale Law School. Zijn weblog vind je hier. Zijn focus is privacy en surveillance.

Wie zijn betoog zelf wil lezen surft naar het stuk zelf, dat gepubliceerd is op een groepslog (Blog*on*nimity) over anonimiteit en identiteit op internet, maar ik zal de essentie trachten weer te geven.

Web_20

Persoonlijke privacy onder druk
Zimmer constateert dat de persoonlijke privacy onder druk is komen te staan door web 2.0 toepassingen. De politie kan veel meer vinden dan vroeger: je kunt je voorstellen dat ze op zoek gaan naar verschillende foto's van dezelfde personen door gezichtsherkenningstechnieken, of naar de GPS-coördinaten van plekken waar mensen via foto's op internet gesignaleerd zijn. Kijk maar eens naar de FlickerInspector, die gemaakt is de gegevens die Flickr herbergt nog gemakkelijker boven water te krijgen.

Web 2.0 -toepassingen stimuleren mensen om zoveel mogelijk van zichzelf online te zetten. Dat is leuk en handig. Denk maar aan het succes van Schoolbank: leuk toch, om al je oude schoolmakkers weer terug te vinden? (Ik kon er de lol niet van inzien -- wie ik nog wilde zien, wist ik wel te bereiken -- maar blijkbaar ben ik in de minderheid.)

Amateur data-mining
De politie zal zichzelf voor het zoeken via internet wel regels stellen (alhoewel?), maar individuele burgers en bedrijven die er commercieel garen bij kunnen spinnen, kunnen vooralsnog lekker hun gang gaan. Maar overheden en bedrijven zijn nog te reguleren. Veel moeilijker is het om het gedrag van individuele burgers te beperken op dit gebied.

Zimmer ziet het gevaar vooral bij 'amateur data mining': iedereen kan het en je hebt er geen krachtige computersystemen voor nodig. Niks data-bescherming: alles ligt voor iedereen op straat.

Zimmer geeft een voorbeeld van een dief van een camera, die via internet opgespoord wordt door de gedupeerde, en van de ontmaskering van Lonelygirl15. Een beetje goed zoeken en 1 en 1 kunnen optellen en het werd duidelijk wie er achter haar schuilging.

(Tijdens lessen voor scholieren laten we ook altijd een paar van zulke gevallen zien, om duidelijk te maken dat anonimiteit op internet een illusie is. Als kinderen dat doorhebben, helpt dat enorm bij het promoten van gewetensvol gedrag. Wie zich onzichtbaar waant, doet nou eenmaal anders dan wie zich gezien voelt.)

Brothers are watching each other
Een ander punt dat Zimmer aansnijdt, is de opkomst van een nieuw soort voyeurisme door web 2.0. De grootste groep internetters kijkt alleen maar, maar er valt wel steeds meer te zien. Iedereen kan iedereen in de gaten houden, waarbij het nut daarvan ver te zoeken is. Het is een soort 'peer-to-peer surveillance', ook wel 'equiveillance' genoemd. Geen 'big brother' die de rest watcht, maar wij allemaal als broeders die elkaar watchen.

Wat verandert, is de notie van wat het bekijken waard is. Alles is inmiddels de moeite van het delen en bekijken waard geworden, althans in potentie. En wat we met al die informatie gaan doen, dat zal de toekomst leren. Dát het ons idee van privacy aan het veranderen is, is zeker, maar hóe, dat is onduidelijk.

Privacy-kloof
Als er al iets is waar ik een generatiekloof zou zien, dan is het dit totaal andere idee van wat de moeite van het beschermen waard is. De generatie van mijn ouders deed de gordijnen nog dicht. De generatie van mijn kinderen staat naakt voor het raam. Ergens daartussenin zit ik: ik weet van de gevolgen van databestanden met persoonsgegevens in de Tweede Wereldoorlog en zie het gemak waarmee regeringen burgervrijheden opgeven in ruil voor schijnveiligheid met lede ogen aan. En tegelijkertijd voed ik een generatie op die niet begrijpt waarom ik zo kritisch ben: "wat maakt het nou uit dat ik in mijn bikini op internet sta, zo lig ik ook op het strand en mijn buik is toch mooi genoeg?!"

Wat moeten we onze kinderen leren?
Op ouderavonden, workshops voor professionals en tijdens lessen voor scholieren die wij met de stichting Mijn Kind Online verzorgen, laten we zien dat al het risicovol gedrag van tieners thuis en op school als het gaat om internet, voortkomt uit een gebrek aan besef over de waarde van persoonlijke privacy.

Het duurt soms even, maar als het kwartje gevallen is, verandert er echt iets. Dan begrijpt men ineens dat het geen schooltje-pesten is dat er een wet is die voorschrijft dat je eerst toestemming moet vragen aan ouders of je wel foto's van leerlingen op de schoolwebsite mag plaatsen. En dan kun je ook uitleggen dat hetzelfde moet gelden voor leerlingen onder elkaar en ten opzichte van hun docenten: je kunt niet zomaar foto's van je vrienden of leraren op internet zetten en kijken wat er gebeurt. Laat staan dat je ze ook nog gaat taggen met allerlei extra informatie!

Web 2.0: internet voor gevorderden
Technologische vooruitgang of niet, we moeten kinderen nog steeds leren dat ze verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun gedrag. Ook op internet. Juist op internet. Maar hoe leren we dat aan onze kinderen als de gevolgen voor ons zelfs nauwelijks te overzien zijn?

Daarom is extra voorzichtigheid geboden. Juist nu. Was web 1.0 nog kinderspel, met web 2.0 is het oppassen geblazen. Internet voor gevorderden, om het zo maar te zeggen.

Waarom moet alles online?
Veel gedrag dat nu op scholen en in tienergezinnen problemen veroorzaakt -- door sommigen allemaal ondergebracht onder de parapluterm cyberpesten -- komt voort uit onvoorzichtig gedrag met eigen persoonsgegevens. Dáár moet de internetopvoeding dus beginnen: nadenken over wat online gaat, moet het wel online? Waarom? Waarom zo?

Weliswaar zetten de meeste mensen hun volledige naam niet in hun profiel op Hyves of PP2G, maar ga een beetje Googlen en je web 2.0-t zo hun hele levensgeschiedenis en vriendenkring (online én offline) bij elkaar. Voor je het weet weten we van elkaar waar we werken, wie onze vrienden en familie zijn, van welke muziek we houden en waar we op dit moment naar luisteren, waar we op dit moment uithangen, en wat ons bezighoudt (Twitter). En op internet is die informatie niet vluchtig, maar wordt dat opgeslagen in ons collectieve geheugen, waar het misschien wel voor eeuwig beschikbaar blijft.

Wat daar de afschuwelijke sociale gevolgen van zijn, kunnen we nog alleen maar bedenken, maar moeilijk is dat niet voor wie een beetje fantasie heeft...

Justine Pardoen

Neem inhoud van deze site over (XML)

Laatste reacties

Weet wat ze gamen weblog